Het belang van welbevinden als herstelmaat

Tekst: Sander de Vos
WEET magazine editie 6 – Maart 2017 

In kwalitatieve wetenschappelijke literatuur worden veel verschillende eetstoornis herstelcriteria beschreven. Die gaan ten eerste over de klachten zelf, oftewel de symptomen. Symptoomvermindering kan bijvoorbeeld inhouden dat er niet te veel, of geen, eetbuien meer zijn, dat er niet meer overmatig gelijnd wordt of dat er minder afleidende gedachten zijn over eten of gewicht. Naast de criteria voor symptoom vermindering, zijn er ook veel positieve gezondheidsaspecten beschreven in de literatuur. Dit zijn onder andere zelfvertrouwen, kwaliteit van leven, zelfacceptatie, goede relaties hebben, een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving en eigen beslissingen kunnen maken. 

Herstel heeft dus eigenlijk niet alleen te maken met het afnemen van de symptomen, maar ook met andere, meer positieve aspecten van de gezondheid. Het is op dit moment echter nog niet heel duidelijk welke aspecten, naast symptoom vermindering, nu echt belangrijk zijn als herstelcriteria. 

Systematische review en kwalitatieve meta-analyse 
Om meer inzicht te krijgen in de herstelcriteria, is bij Stichting Human Concern – Centrum voor eetstoornissen, in samenwerking met Universiteit Twente, een onderzoek uitgevoerd. Hiervoor hebben we gekeken naar artikelen waarin criteria van herstel zijn onderzocht (systematische review). Belangrijk uitgangspunt is dat de ervaringskennis van herstelde mensen een belangrijke en waardevolle kennisbron is. Daarom is er voor gekozen om alleen studies mee te nemen waarin het perspectief op herstel is onderzocht onder mensen die zelf hersteld zijn. In verschillende databases voor wetenschappelijke literatuur hebben we gezocht naar artikelen met kwalitatief onderzoek over eetstoornis herstel. We vonden 633 artikelen. Na twee screeningrondes waren er uiteindelijk 18 artikelen die aan alle inclusiecriteria voldeden. De resultaten van deze artikelen zijn vervolgens geanalyseerd door alle herstelthema’s uit de studies te halen. Deze thema’s zijn vervolgens onafhankelijk door twee auteurs gelabeld in criteria voor herstel. We hebben 346 herstel thema’s gevonden die in 19 criteria gelabeld konden worden. Daarna is berekend welke criteria het meest voorkwamen. Uiteindelijk werden twaalf hoofdcriteria gevonden die het meest benoemd zijn door mensen die zelf hersteld zijn van een eetstoornis (zie tabel 1). 

Tabel 1: criteria voor eetstoornis herstel 
1. Zelfacceptatie 
2. Positieve relaties 
3. Persoonlijke groei 
4. Vermindering van eetstoornisklachten (gedrag en cognities) 
5. Aanpassingsvermogen/veerkracht 
6. Autonomie 
7. Sociale contributie 
8. Verbeterde lichaamsbeleving 
9. Spirituele verbondenheid 
10. Doel en betekenisgeving 
11. Positieve gevoelens 
12. Verbeterde lichamelijke gezondheid 

De top drie van herstelcriteria (zelfacceptatie, positieve relaties, persoonlijke groei) zijn aspecten van wat in de gezondheidspsychologie ‘psychologisch welbevinden’ wordt genoemd. Als we alles optellen, gaat meer dan 50 procent van alle herstelcriteria over psychologisch welbevinden, terwijl de vermindering van symptomen (gedrag/cognities) slechts 21 procent van de criteria beslaat. Hieruit kunnen we afleiden dat herstelde mensen welbevinden minstens net zo belangrijk vinden als maat voor herstel, dan symptoom vermindering. Maar wat wordt nu eigenlijk onder ‘welbevinden’ verstaan? 

Welbevinden 
Als je aan mensen vraagt wat de belangrijkste dingen in hun leven zijn, dan krijg je waarschijnlijk één of meer van de volgende antwoorden; ‘mijn familie’, ‘goede relatie met mijn naasten’, ‘een bijdrage kunnen leveren aan iets (bijvoorbeeld werk, samenleving)’, ‘een baan waarin ik mezelf kan ontwikkelen’, of ‘de vrijheid om eigen keuzes te maken’. Deze dingen maken ons leven waardevol en zinvol en vallen onder het psychologische begrip ‘welbevinden’. Welbevinden bestaat uit drie kerncomponenten, namelijk emotioneel, psychologisch en sociaal welbevinden, die gezamenlijk positieve geestelijke gezondheid weergeven 1.

Emotioneel welbevinden gaat over levenstevredenheid en positieve gevoelens zoals geluk en plezier in het leven. Psychologisch welbevinden gaat over optimaal persoonlijk functioneren en bevat de dimensies; zelfacceptatie, positieve relaties, autonomie, omgevingsbeheersing, doel in het leven en persoonlijke ontwikkeling. Sociaal welbevinden gaat over in optimaal functioneren in de maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan een bijdrage kunnen leveren en integratie. In de gezondheidspsychologie wordt veel onderzoek gedaan naar welbevinden en de relatie met psychische klachten 2-4 . 
 
Zo bestaat geestelijke gezondheid volgens onderzoekers naast de afwezigheid, of een lage mate, van psychische klachten ook uit de aanwezigheid van welbevinden 5,6. Het hervinden van de geestelijke gezondheid is het belangrijkste doel van een eetstoornisbehandeling. Dit betekent dat, naast symptoom vermindering, ook andere aspecten van gezondheid van belang zijn. Onze kwalitatieve meta-analyse laat zien aan welke criteria we zouden kunnen denken. De uitkomsten suggereren bovendien dat zowel symptoom vermindering als aspecten van welbevinden gemeten moeten worden tijdens de behandeling om te kunnen bepalen of een behandeling bijdraagt aan het hervinden van de geestelijke gezondheid.

Deze uitkomsten sluiten goed aan bij de nieuwe Zorgstandaard Eetstoornissen waarin herstel beschreven is als klinisch herstel (symptoom vermindering) én herstellen van functioneren én herstel van dagelijks leven én herstel van maatschappelijke rollen 7. De laatste drie vallen allen binnen de definitie van welbevinden. Alleen de drie meest benoemde criteria volgens ons onderzoek, komen hier er nog onvoldoende in terug, namelijk zelfacceptatie, positieve relaties en persoonlijke groei.

Dit artikel is gebaseerd op: de Vos, J.A., LaMarre, A. Bijkerk, C.A., Radstaak, M. Bohlmeijer, E.T., Westerhof, G.J. (in Review) Identifying Fundamental Criteria For Eating Disorder Recovery: A systematic Review and Qualitative Meta-analysis. 

Literatuur: 

  • 1. Lamers SMA, Westerhof GJ, Bohlmeijer E, ten Klooster P. Evaluating the psychometric properties of the mental health continuum􀀀short form (MHC􀀀SF). J Clin Psychol. 2010:1-12. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/jclp.20741/full. Accessed May 1, 2015. 
  • 2. Lamers SMA, Westerhof GJ, Glas C a. W, Bohlmeijer ET. The bidirectional relation between positive mental health and psychopathology in a longitudinal representative panel study. J Posit Psychol. 2015;9760(May 2015):1-8. doi:10.1080/17439760.2015.1015156. 
  • 3. Weiss LA, Westerhof GJ, Bohlmeijer ET. Can we increase psychological well-being? The effects of interventions on psychological well-being: A meta-analysis of randomized controlled trials. PLoS One. 2016;11(6):1-16. doi:10.1371/journal.pone.0158092. 
  • 4. Ryff CD, Singer B. Psychological well-being: meaning, measurement, and implications for psychotherapy research. Psychother Psychosom. 1996;65(1):14-23. doi:10.1159/000353263. 
  • 5. Westerhof GJ, Keyes CLM. Mental illness and mental health: The two continua model across the lifespan. J Adult Dev. 2010;17(2):110-119. doi:10.1007/s10804-009-9082-y. 
  • 6. Keyes CLM. Mental Illness and/or Mental Health? Investigating Axioms of the Complete State Model of Health. J Consult Clin Psychol. 2005;73(3):539-548. doi:10.1037/0022-006X.73.3.539. 
  • 7. Kwaliteitsontwikkeling GGZ Netwerk voor goede zorg. Zorgstandaard Eetstoornissen – Concept. 


Dit is een artikel uit WEET magazine. Als lid ontvang je 3x per jaar het WEET magazine en steun je onze activiteiten op het gebied van informatievoorziening, lotgenotencontact en belangenbehartiging. Meer informatie over lidmaatschap vind je onder Steun WEET.

MENU
WEET