Vroegsignalering garandeert nog geen snelle behandeling

Dr. Greta Noordenbos

Momenteel wordt veel aandacht besteed aan vroegtijdige signalering van eetstoornissen door zowel de patiëntenvereniging WEET als door een speciale commissie van de Gezondheidsraad. Ook huisartsen worden in hun opleiding beter getraind om eetstoornissen vroegtijdig te diagnosticeren. Dat zijn allemaal zeer positieve initiatieven, want uit allerlei onderzoek blijkt dat hoe eerder een eetstoornis wordt gesignaleerd en behandeld hoe groter de kans op herstel en hoe minder risico op een ernstige en langdurige eetstoornis met een fatale afloop (Vall & Wade, 2015).

Vroegtijdige signalering is geen ultieme oplossing. Voor jongeren die een eetstoornis ontwikkelen komt vroegtijdige signalering vaak erg laat, omdat ze al veel langer allerlei onderliggende problemen hebben waarvoor ze hulp nodig hadden. Bovendien volgt na vroege signalering van een eetstoornis nog geen snelle behandeling, omdat er lange wachttijden zijn. Daarom worden door verschillende instellingen initiatieven genomen om die wachttijden te overbruggen. Maar hoe effectief is die wachttijdoverbrugging?

Vroegtijdige signalering komt vaak laat

Aan het ontwikkelen van eetstoornis gaan vaak al jarenlang diverse psychische problemen vooraf, zoals grote onzekerheid, weinig zelfvertrouwen, gebrek aan eigenwaarde en een negatief zelfbeeld. Daarnaast is er sprake van een negatieve lichaamsbeleving en het gevoel te dik te zijn, ook bij een normaal gewicht. Bovendien hebben ze vaak last van grote faalangst en zijn ze erg perfectionistisch om maar zo goed mogelijk te presteren en geen kritiek te krijgen. Naast deze psychische risicofactoren voor eetstoornissen is er ook vaak sprake van comorbide problemen, zoals somberheid en depressie, verhoogde angstigheid, dwangmatig gedrag of autistische kernmerken. Ook pesten en traumatische ervaringen komen regelmatig voor in de periode voorafgaande aan de eetstoornis (Noordenbos, 2021).

Voor al deze problemen is vroegtijdig hulp nodig, bij voorkeur preventief om zo het ontwikkelen van een eetstoornis te voorkomen. Als iemand met bovenstaande psychische risicofactoren op een gegeven moment besluit om minder te eten en af te vallen, ervaren ze dit als een geweldige oplossing voor hun onderliggende problemen. Als het lukt om minder te eten en af te vallen, geeft dat een sterk gevoel van controle, zelfvertrouwen en eigenwaarde en bovendien een positievere lichaamsbeleving. Daarnaast raken gevoelens van somberheid en depressie op de achtergrond. In het begin wordt de eetstoornis dan ook niet ervaren als probleem, maar als de oplossing voor onderliggende problemen.

Die oplossing willen ze niet meer loslaten, want dan zouden de onderliggende negatieve gevoelens en problemen weer terugkomen. Vanuit dit perspectief gezien komt vroegtijdige signalering van een eetstoornis helemaal niet vroeg, maar eerder (te) laat. Als ze eenmaal de eetstoornis hebben ervaren als “oplossing” voor hun onderliggende problemen, klampen ze zich daar uit alle macht aan vast en proberen ze hun verstoorde eetgedrag en gewicht zo lang mogelijk te verbergen en te ontkennen.

Vroegtijdige herkenning garandeert geen snelle behandeling

Als ouders op een gegeven moment merken dat het niet goed gaat met hun kind en allerlei pogingen om haar of hem meer te laten eten en te doen aankomen mislukken, besluiten ze ten einde raad om met hun kind naar de huisarts te gaan. Als hun kind zichtbaar is afgevallen en de ouders vertellen dat hun kind niet meer wil eten, kan bij de huisarts al snel het kwartje vallen en anorexia nervosa diagnosticeren. Als de kenmerken minder zichtbaar zoals bij boulimia nervosa of bij orthorexia nervosa, kan de huisarts voorstellen om nog eens terug te komen, of eerst nader lichamelijk onderzoek te doen. Al die tijd krijgt de eetstoornis de kans om sterker te worden en het gedrag, denken en voelen van het kind in de greep te houden. Daardoor zijn meestal al weken en soms maanden voorbijgegaan sinds het begin van de eetstoornis voordat de juiste diagnose is gesteld.

Na de diagnostisering van een eetstoornis ontstaat een nieuw probleem, want waar kan snelle en adequate hulp en behandeling geboden worden en wanneer kan het kind daar terecht? Na de diagnose begint vaak een lange zoektocht naar een geschikte behandeling en het lange wachten op een beschikbare plek. Niet zelden duurt het weken en soms zelfs maanden voordat begonnen kan worden met de behandeling voor de eetstoornis. Al die tijd worden de gevolgen van de eerstoornis ernstiger en wachten ouders wanhopig op goede hulp.

Wachttijd overbrugging lost lange wachttijden niet op

Om toch enige hulp te bieden aan jongeren met een eetstoornis die dringend een goede behandeling nodig hebben, slaan sommige organisatie de handen ineen en proberen een aanbod te doen om de lange wachttijd te overbruggen. Dat is uiteraard een zeer lovend streven, maar wat iemand met een eetstoornis nodig heeft is een snelle, adequate en effectieve behandeling voor de eetstoornis! Dat mogen degenen die werken aan wachttijd overbrugging niet bieden, want daarvoor zijn ze niet opgeleid. In het ergste geval wordt wachttijd overbrugging gezien als afleiding voor het wachttijdprobleem, want er wordt toch al iets gedaan? De cruciale vraag is of die activiteiten ook bijdragen aan herstel.

Wachttijd overbrugging zou helemaal niet nodig moeten zijn; zeker niet bij jongeren die snel goede hulp nodig hebben omdat de eetstoornis inmiddels sterker wordt en de gevolgen steeds ernstiger worden. Vooral bij jonge mensen met een beginnende eetstoornis kan het snel bergafwaarts gaan zo blijkt uit recent onderzoek (Noordenbos, 2021). Als hun gezondheid sterk verslechterd is, hebben ze soms acute somatische zorg nodig en komen ze eerder in een ziekenhuis terecht dan in een gespecialiseerd centrum voor eetstoornissen. Bovendien zijn ze er ook psychisch veel slechter aan toe en is het heel moeilijk om hen weer uit het diepe dal van de eetstoornis te halen.

Conclusie en oplossing

Voor bovenstaande problemen zijn wel degelijk oplossingen mogelijk. Zo is het wenselijk om zo snel mogelijk preventief te signaleren dat het niet goed gaat met een kind, zodat voorkomen wordt dat ze zelf een oplossing vinden in minder eten en afvallen. Een eetstoornis blijkt vroeg of laat een pseudo-oplossing, een valkuil met ernstige lichamelijke, psychische en sociale gevolgen. Als ze toch een eetstoornis hebben ontwikkeld, is het belangrijk om die zo snel mogelijk te diagnosticeren gevolgd door een snelle doorverwijzing naar deskundige en effectieve behandeling. Dus geen vertragende wachttijden en de pogingen om die te overbruggen. Hoe goed die ook bedoeld zijn, ze bieden niet wat echt nodig is en dat is snelle en effectieve behandeling!

MENU
WEET