Advies preventie en vroege behandeling

Afgelopen week publiceerde de Gezondheidsraad een adviesrapport wat betreft de preventie en vroege behandeling van eetstoornissen. In het najaar van 2021 sloot WEET aan bij een brainstormsessie ter voorbereiding op dit rapport. WEET pleitte destijds vooral voor inzet op vroegsignalering en overbrugging van de wachttijd. Zelf gingen we hier al mee aan de slag door lancering van de campagne ‘Het gaat niet over eten’ en het onderzoek naar wachttijdoverbrugging, knelpunten die de Gezondheidsraad in haar rapport nadrukkelijk onderkent. Overige knelpunten die aandacht krijgen in het rapport zijn: gebrek aan kennis in de samenleving, bij ouders en bij (zorg)professionals over eetstoornissen en over de Zorgstandaard eetstoornissen, lange wachtlijsten, een versnipperd zorgaanbod, kortdurende zorgcontracten tussen gemeenten en zorgaanbieders, de overgang van jeugdhulp naar volwassenenzorg en het gebrek aan een landelijk registratiesysteem, waardoor er geen zicht meer is op de omvang en de ernst van eetstoornissen.

Preventie

Uit het rapport blijkt dat preventieve maatregelen vaak niet effectief zijn en dat interventies gericht op eetgedrag of gewicht juist contraproductief kunnen werken. Geadviseerd wordt vooral in te zetten op informatievoorziening en voorlichting over eetstoornissen aan ouders, mediawijsheid bij jongeren en hun ouders en vergroten van het zelfvertrouwen.

Vroegtijdige herkenning

Het rapport onderschrijft het belang van vroegtijdige herkenning. Gesteld wordt dat een snelle herkenning en behandeling van eetstoornissen leidt tot een betere prognose. iets wat volgens de Gezondheidsraad wordt bemoeilijkt door het gebrek aan ziektebesef bij patiënten en gebrek aan kennis en verlegenheid of angst van naasten en zorgprofessionals in de eerste en tweede lijn bij het benaderen van eetstoornispatiënten. Daarnaast ontbreekt het (met uitzondering van de eetstoornis ARFID) aan een eenduidig screeningsinstrument voor kinderen en jongeren met een eetstoornis.

Vroegtijdige behandeling

Beschreven wordt dat het van belang is in de vroege fase van de eetstoornis de omgeving van het kind, en dan met name de ouders, actief bij de behandeling te betrekken. Familie-gebaseerde interventies en behandelingen blijken effectief in de (vroege) behandeling van een eetstoornis. Ook andere zogeheten dissonantie gebaseerde interventies en cognitieve gedragstherapie blijken effectief. Deze behandelingen zijn erop gericht de jongere te leren onrealistische of niet-helpende overtuigingen om te buigen en haalbare doelen te stellen. Tevens bevestigt het rapport de bevindingen van het onderzoek naar wachttijdoverbrugging van WEET: laagdrempelige (online) interventies kunnen helpen als vroege behandeling ter overbrugging van de wachtlijst voor behandeling.

Multimorbiditeit

Tenslotte wordt in het rapport gesteld dat er vaak sprake is van comorbiditeit, ook wel multimorbiditeit, bij eetstoornissen. Dit betekent dat er naast de eetstoornis sprake is van andere psychische problematiek, zo komen eetstoornissen vaak voor in combinatie met bijvoorbeeld autisme en depressie. Gepleit wordt voor een meer intensieve en gepersonaliseerde zorg.

Advies

Concluderend adviseert de Gezondheidsraad het beleid en de zorg te richten op een landelijke uniforme aanpak, die kan worden toegepast op gemeentelijk of regionaal niveau. Hierin zouden een kennisinfrastructuur voor scholing, bovenregionale samenwerking en een landelijk registratiesysteem volgens de Gezondheidsraad essentieel zijn. Verder adviseert de raad preventie te richten op het vergroten van de mentale weerbaarheid van kinderen en jongeren, het voorlichten en informeren van ouders en het vergroten van de mediawijsheid bij kinderen, jongeren en hun ouders. Tijdens de vroege behandeling zou er winst te behalen zijn door te zorgen voor laagdrempelige interventies die direct na de diagnose kunnen worden ingezet. Tenslotte stelt de Gezondheidsraad dat de kennis en zorg meer gebundeld zouden moeten worden en dat er zou moeten worden geïnvesteerd in onderzoek naar eetstoornissen.

Als patiëntenvereniging zijn dit voor WEET adviezen die aansluiten bij de verhalen en signalen die we kennen uit onze achterban en waar we ons hard voor inzetten. Het is goed deze signalen nu wetenschappelijk bevestigd te hebben en het motiveert ons hier nog intensiever mee aan de slag te gaan. Wil jij jouw ervaringen delen of wil jij ons daarbij helpen? Mail dan naar info@weet.info.

MENU
WEET