Stappenplan hulpverlening jeugd

1. Neem iemand in je omgeving in vertrouwen

Herken jij jezelf in de signalen van een eetstoornis, zit je niet lekker in je vel en zou je daar graag verandering in willen? Dan is het belangrijk om hulp op te zoeken. Allereerst kan het fijn zijn om iemand in je omgeving in vertrouwen te nemen en te delen wat er aan de hand is. Dit kan een ouder zijn, maar ook een vriend(in), een docent of iemand anders bij wie jij je veilig voelt. Het is ook mogelijk om te bellen met de hulplijn van WEET om je zorgen of twijfels te delen.    

2. Eerste afspraak

Huisarts
Als je je zorgen maakt is het altijd verstandig om een afspraak te maken met de huisarts. Bij het ontwikkelen van een eetstoornis is het belangrijk dat je zo snel mogelijk hulp krijgt. De huisarts kan samen met jou kijken wat er aan de hand is en wat je nodig hebt. Een afspraak bij de huisarts is vaak spannend. Daarom kan het helpen om vooraf, eventueel samen met iemand die je vertrouwt, op te schrijven wat je klachten zijn. Dit kan zijn hoe je je voelt, wat je merkt aan jouw eetpatroon, en ook wat anderen opvalt. Je mag altijd iemand meenemen naar de afspraak om jou te ondersteunen. Soms hebben huisartsen niet veel kennis van eetstoornissen. Het is daarom belangrijk duidelijk te zijn over je klachten. Eventueel kun je informatie meenemen over eetstoornissen en mogelijke behandelingen waar jij vertrouwen in hebt.  

Jeugdhulp
Naast de huisarts kun je ook terecht bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Je kunt in je eigen gemeente bij dit centrum terecht voor advies over verschillende problemen. Er werken mensen die verstand hebben van gezondheidszorg, zoals een jeugdverpleegkundige. Ook via school kan je in contact gebracht worden met een jeugdverpleegkundige. Zij kan jou verder helpen met het zoeken naar hulp die bij jou past. 

3. Intakegesprek 

De huisarts kan je doorverwijzen naar een kinderarts, psycholoog, therapeut of een centrum voor eetstoornissen. Soms duurt het even voordat je terecht kunt voor een eerste afspraak, het intakegesprek. Dit is een gesprek waarin de behandelaar samen met jou gaat onderzoeken wat er aan de hand is. Soms zijn er meerdere intakegesprekken nodig met verschillende hulpverleners zoals een kinderarts, psychiater of diëtist. Tijdens deze intakeperiode wordt in kaart gebracht wat jouw klachten zijn, welke hulp goed bij je zou passen en welke behandelaar jou deze hulp kan bieden. Een intake kan spannend zijn daarom is het belangrijk om dit te delen met iemand in je omgeving. Vaak worden jouw ouders ook betrokken bij de intake en de behandeling. Misschien heb je het gevoel dat je geen hulp nodig hebt of verdient. Dat jouw probleem niet zo erg is en dat je het alleen wel kunt. Weet dat een behandelaar jou serieus zal nemen en samen met jou wil gaan zoeken naar een manier waarop jij je weer fijner gaat voelen.  

4. Behandeladvies en wachttijd 

Na de intake krijg je een behandeladvies. De behandelaar vertelt je welke behandeling zij bij jou vindt passen en wanneer je met de behandeling zou kunnen starten. Vaak is er niet meteen plek om met de behandeling te starten en kom je op een wachtlijst. De overheid heeft vastgesteld hoelang het wachten mag duren, dit heet de Treeknorm. Hieronder vind je een overzicht: 

  • Wachttijd tussen aanmelding en intake: maximaal 4 weken 
  • Wachttijd tussen intake en vaststellen diagnose: maximaal 4 weken 
  • Wachttijd tussen vaststellen diagnose en start behandeling: 6 weken. 

Het kan dus zijn dat je 14 weken moet wachten tot je kan starten met de behandeling. Deze periode is vaak moeilijk en frustrerend: je wilt graag werken aan je herstel, maar moet wachten op hulp. Het kan goed zijn om ondersteuning te zoeken ter overbrugging, bijvoorbeeld bij de huisarts voor lichamelijke controles en gesprekken met de praktijkondersteuner. Ook zijn er zelfhulporganisaties waar je lotgenoten en ervaringsdeskundigen kunt ontmoeten. Zie voor meer informatie hierover de pagina lotgenoten

Ondanks de Treeknorm kan het voorkomen dat de wachttijd toch langer is. Wanneer je langer moet wachten dan de Treeknorm aangeeft kan je contact opnemen met de behandelaar of jouw gemeente voor ‘wachttijdbemiddeling’. Zij zullen onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de wachttijd te verkorten.  

5. Behandeling 

Wanneer de intake achter de rug is en duidelijk is welke hulp jij nodig hebt begin je zo snel mogelijk met de behandeling. De behandeling zal jou helpen om weer gezonder te worden en je fijner te voelen. Meestal worden ook je ouders en andere mensen uit je omgeving bij de behandeling betrokken. Vaak heb je wekelijkse gesprekken met een psycholoog en/of diëtist, maar soms is het nodig om wat meer hulp te ontvangen en kan je een aantal dagen per week in een centrum voor eetstoornissen verblijven waar je met lotgenoten in een groep wordt behandeld. In de behandeling wordt vaak ook besproken hoe je weer gezond kunt gaan eten, maar er is ook aandacht voor waarom je problemen hebt gekregen met eten, de problemen die als het ware onder de eetstoornis liggen. Vind je het bijvoorbeeld moeilijk om je gevoelens te uiten dan ga je samen met je behandelaar kijken hoe dat komt en of je hier op een andere manier mee kan omgaan. Soms zijn de onderliggende problemen groot en staan zij het herstel van de eetstoornis in de weg. Er kan dan sprake zijn van comorbiditeit, dit betekent dat er twee ziektebeelden tegelijk aanwezig zijn. Zo kan het zijn dat er naast de eetstoornis ook een angststoornis aanwezig is, of een vorm van autisme. Als je denkt dat dit bij jou speelt kan je het aangeven aan jouw behandelaar. Er zal dan verder onderzoek volgen en een behandelplan om naast de eetstoornis ook de andere problemen te behandelen. Vergeet niet dat herstel van een eetstoornis tijd nodig heeft en met vallen en opstaan gaat. Heb geduld en wees lief voor jezelf op deze weg naar herstel. 

6. Nazorg

Wanneer de behandeling is afgerond heeft de eetstoornis minder of geen invloed meer op jouw leven. Het kan zijn dat je een advies krijgt om nog een vervolgbehandeling te volgen voor eventuele onderliggende problematiek. In beide gevallen is het verstandig om aandacht te blijven besteden aan mogelijke signalen die kunnen duiden op een terugval. Bespreek regelmatig met iemand die je vertrouwt hoe het met je gaat en probeer daar zo eerlijk mogelijk in te zijn. Hierbij kan je ook het terugvalpreventieplan gebruiken dat vaak in de behandeling wordt opgesteld. Het is ook mogelijk dat je aan het eind van de behandeling een gezond gewicht en eetpatroon hebt, maar dat je nog strijd ervaart in je hoofd. Aan de buitenkant lijkt de eetstoornis voorbij, maar voor jou voelt het niet zo. Als jij merkt dat je nog dagelijks worstelt met eten, gewicht, somberheid en angsten dan is het belangrijk om dit aan te geven bij je omgeving of oude behandelaar. Ook het contact met lotgenoten kan in deze fase helpend zijn. 

7. Vergoeding

De behandeling binnen de jeugd-GGZ wordt vergoed door de gemeente. Een adviseur van jouw gemeente kijkt mee welke hulp nodig is en wie dit kan bieden. Soms word je doorverwezen naar specialistische hulp waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten. Wanneer dit niet passend is kom je mogelijk in aanmerking voor een persoonsgebonden budget (PGB). Een PGB aanvragen kan wat ingewikkeld zijn, de gemeente kan jou hierbij ondersteuner. Je kunt hier meer over lezen op de website van de rijksoverheid of contact opnemen met de gemeente waar jij woont.  

8. Overgang jeugdhulp naar volwassenenhulp

De jeugdzorg houdt in principe op bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar. Hierna stap je, wanneer nodig, over naar de volwassenenzorg. Deze overgang verloopt nog niet altijd goed. Het kan zijn dat je opnieuw op een wachtlijst komt voor de behandeling in de volwassenenzorg. Om dit te voorkomen is het belangrijk om vroeg in de behandeling contact op te nemen met de zorgverlener om een eventueel transitieproces op te starten. Hierbij wordt een zorgprofessional aangewezen die de overgang van jeugdhulp naar volwassenenhulp zal begeleiden; de transitiecoördinator. Ook kun je terecht bij de huisarts voor begeleiding van deze overgang. Voor meer informatie kun je verder lezen op de pagina van kenniscentrum KJP. 

MENU
WEET