Stappenplan hulpverlening volwassenen

1. Neem iemand in je omgeving in vertrouwen

Herken jij jezelf in de signalen van een eetstoornis, zit je niet lekker in je vel en zou je daar graag verandering in willen? Dan is het belangrijk om hulp op te zoeken. Allereerst kan het fijn zijn om iemand in je omgeving in vertrouwen te nemen en te delen wat er aan de hand is. Dit kan een vriend(in) of partner zijn, maar ook een ouder, collega, werkgever of iemand anders waar jij je veilig bij voelt. Het is ook mogelijk om te bellen met de hulplijn van WEET om je zorgen of twijfels te delen. 

2. Eerste afspraak

Als je je zorgen maakt is het altijd verstandig om een afspraak te maken met de huisarts. Bij het ontwikkelen van een eetstoornis is het belangrijk dat je zo snel mogelijk hulp krijgt. De huisarts zal met jou bespreken wat je klachten zijn en je eventueel doorverwijzen naar een hulpverlener. Het is goed om dit gesprek voor te bereiden en voor jezelf op te schrijven wat je wil bespreken. Hierbij kan het fijn zijn om een vertrouwenspersoon te betrekken en/of mee te nemen naar de eerste afspraak. Soms hebben huisartsen niet veel kennis van eetstoornissen. Het is daarom belangrijk duidelijk te zijn over je klachten. Eventueel kun je informatie meenemen over eetstoornissen en mogelijke behandelingen waar jij vertrouwen in hebt.  

3. Intakegesprek

De huisarts kan je doorverwijzen naar een psycholoog, therapeut of een centrum voor eetstoornissen. Soms duurt het even voordat je terecht kunt voor een eerste afspraak, het intakegesprek. Dit is een gesprek waarin de behandelaar met jou je klachten bespreekt en eventueel een diagnose stelt. Soms zijn er meerdere intakegesprekken nodig met verschillende hulpverleners zoals een psychiater of diëtist. De intakeprocedure heeft als doel om in kaart te brengen welke hulp goed bij je zou passen en bij welke behandelaar je daarvoor terecht kan. De intake kan veel bij je oproepen en hoef je niet alleen te doen. Daarom is het goed om iemand in je omgeving te betrekken bij dit proces. Vaak vindt de ander het fijn om te kunnen helpen.  

4. Behandeladvies en wachttijd

Na de intake krijg je een behandeladvies. De behandelaar vertelt je welke behandeling zij passend vindt voor jou en wanneer je met de behandeling zou kunnen starten. Ga na of jij je ook kunt vinden in dit behandeladvies en maak het bespreekbaar wanneer je twijfelt. Vaak is er niet meteen plek om met de behandeling te starten en kom je op een wachtlijst. De overheid heeft vastgesteld hoelang het wachten mag duren, dit heet de Treeknorm. Hieronder vind je een overzicht: 

  • Wachttijd tussen aanmelding en intake: maximaal 4 weken 
  • Wachttijd tussen intake en vaststellen diagnose: maximaal 4 weken 
  • Wachttijd tussen vaststellen diagnose en start behandeling: 6 weken. 

Het kan dus zijn dat je 14 weken moet wachten tot je kan starten met de behandeling. Deze periode is vaak moeilijk en frustrerend: je wilt graag werken aan je herstel, maar moet wachten op hulp. Het kan goed zijn om ondersteuning te zoeken ter overbrugging, bijvoorbeeld bij de huisarts voor lichamelijke controles en gesprekken met de praktijkondersteuner. Daarnaast kun je terecht bij zelfhulporganisaties voor lotgenotencontact en ervaringsdeskundige ondersteuning. Zie voor meer informatie hierover de pagina lotgenoten

Ondanks de Treeknorm kan het voorkomen dat de wachttijd toch langer is. Wanneer je langer moet wachten dan de Treeknorm aangeeft kan je contact opnemen met zorgverzekeraar voor ‘wachttijdbemiddeling’. De zorgverzekeraar zal onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de wachttijd te verkorten. 

5. Behandeling

De volgende stap is het start van de behandeling. Het kan zijn dat je wekelijkse afspraken hebt bij een psycholoog, diëtist of psychotherapeut. Soms is het nodig om intensiever aan de slag te gaan met jouw herstel en krijg je een aantal dagen per week behandeling in een centrum voor eetstoornissen. Hier word je individueel of in groepsverband behandeld. Alle vormen van behandeling zijn erop gericht dat jij weer gezonder kan gaan eten, maar ook op de problemen die de eetstoornis veroorzaken of in stand houden. Het kan nodig zijn om verder onderzoek te doen naar deze onderliggende problemen. Met name wanneer de eetstoornis blijft terugkomen en chronisch lijkt kan dit duiden op een onderliggende stoornis. Wanneer er sprake is van comorbiditeit, twee ziektebeelden die elkaar beïnvloeden, is het noodzakelijk om beide te behandelen. Als jij het vermoeden hebt dat dit speelt geef het dan aan bij je behandelaar en vraag om verder onderzoek. Om duurzaam te herstellen van een eetstoornis is het nodig om ook de onderliggende problemen te behandeling. Vergeet hierbij niet dat herstel van een eetstoornis tijd nodig heeft en met vallen en opstaan gaat. Heb geduld en wees lief voor jezelf in deze weg naar herstel. 

6. Nazorg

Wanneer de behandeling is afgerond heeft de eetstoornis minder of geen invloed meer op jouw leven. Het kan zijn dat je een advies krijgt om nog een vervolgbehandeling te volgen voor eventuele onderliggende problematiek. In beide gevallen is het verstandig om aandacht te blijven besteden aan mogelijke signalen die kunnen duiden op een terugval. Bespreek regelmatig met iemand die je vertrouwt hoe het met je gaat en probeer daar zo eerlijk mogelijk in te zijn. Hierbij kan je ook het terugvalpreventieplan gebruiken dat vaak in de behandeling wordt opgesteld. Het is ook mogelijk dat je aan het eind van de behandeling een gezond gewicht en eetpatroon hebt, maar dat de eetstoornis nog dagelijks een innerlijke strijd veroorzaakt. Het is belangrijk om dit aan te geven bij je omgeving of oude behandelaar en te bespreken wat jou hierbij kan helpen. Ook het contact met lotgenoten kan in deze fase helpend zijn. 

7. Vergoeding

De behandeling binnen de GGZ wordt meestal volledig vergoed door je zorgverzekering. Bekijk je polisvoorwaarden goed en controleer of je zorgverzekering een contract heeft gesloten met de zorginstelling waar je in behandeling gaat. Als dit niet het geval is, wordt je behandeling soms slechts deels vergoed. Dit is afhankelijk van het type zorgverzekering, bij een restitutiepolis mag je vaak zelf je behandelaar uitzoeken, maar bij een naturapolis kan je alleen terecht bij behandelaren die een contract hebben met jouw zorgverzekeraar. Daarnaast krijg je soms te maken met een patiëntenstop. Elke zorgverzekeraar maakt afspraken met de behandelaar over hoeveel patiënten zij per jaar mogen helpen. Wanneer dit aantal is bereikt kan het zijn dat de behandelaar jou niet in behandeling kan nemen in het betreffende jaar. Je zou dan kunnen wachten tot het nieuwe jaar begint of op zoek gaan naar een andere behandelaar. Wanneer het niet helemaal duidelijk voor je is kun je contact opnemen met jouw zorgverzekeraar.   

MENU
WEET